De ingenieur


Ingenieurs: wie zijn ze en wat doen ze? Dragen ze gele helmen en zijn ze de hele dag op werven te vinden? Zijn ze niet weg te slaan van achter hun computerschermen? Of verblijven ze liefst in een labo terwijl ze de ganse dag door een microscoop kijken?

Het valt niet in een paar zinnen uit te leggen wat ingenieurs allemaal doen. Sommige ingenieurs komen terecht in het onderzoek; anderen vinden hun weg als productie-ingenieur; nog anderen nemen leidinggevende functies op of starten hun eigen bedrijf op.

Alle opleidingen tot ingenieur zijn breed en proberen ingenieurs te vormen die van alle markten thuis zijn. Ze richten zich op talentvolle jongeren met een technisch-wetenschappelijke interesse. Onze instellingen en bedrijven, kortom de gehele arbeidsmarkt, heeft nood aan deze beide profielen:

de universitaire ingenieur

Voor deze ingenieursdisciplines moet je beschikken over een diepgaande fundamenteel-wetenschappelijke interesse met een groot analytisch inzicht. Als universitaire ingenieur leer je problemen binnen je specialisatie oplossen. Je houdt je daarbij niet alleen bezig met "hoe" iets werkt, maar ook met het "waarom" daarvan.

Als master in de ingenieurswetenschappen krijg je de titel "burgerlijk ingenieur", terwijl de master in de bio-ingenieurswetenschappen als "bio-ingenieur" door het leven gaat. Het grote verschil tussen beiden is dat de opleiding tot bio-ingenieur meer gericht is op de levende materie.

de hogeschoolingenieur

Deze ingenieursdisciplines verwachten van jou een meer praktische ingesteldheid met het oog op directe toepasbaarheid. De hogeschoolingenieur is dus vooral voorbereid op een meer praktijkgerichte job in een bedrijf of overheidsinstelling.

Als master in de industriële wetenschappen of biowetenschappen krijg je de titel van "industrieel ingenieur". Het grote verschil tussen beiden is ook hier dat de master in de biowetenschappen zich meer richt op de levende materie.

Open menu